Jeroen en co (The Wonder Years, aflevering 2)

Van KOEpuur naar EkkerHEN

De volgende dag heb ik honger naar meer. Ik wil graag weten of het voor de jonge student anders is om hier op kot te zitten in plaats van hier te wonen. Maar het is nog weekend en er lopen weinig studenten rond. De dagen erna zijn de avonden langer, kouder en donkerder geworden en kruisen de mensen mij haastig langs straat voorbij. Uiteindelijk volg ik de tip van Loïc op en waag ik mij in het hol van de studentenleeuw: De Koepuur.

Ook al ben ik zelf ooit ook student geweest aan de Dunantlaan, het voelt plots allemaal erg onwennig. Ik, een dame van twee keer de leeftijd van al wie hier – geel-zwart gelint – aan tafel zit. Ik zie me doorheen de toogspiegel als een Loslopend Wildje staan drentelen en bestel dus maar een wit wijntje. Het blijkt daarbij dat ik mijn portefeuille thuis heb laten liggen, waardoor ik genoodzaakt ben om – nu helemààl uit mijn comfortzone gehaald – plots al mijn kluttergeld bijeen te scharrelen naast de toog. De barman herkent mijn gène en gunt me meegaand een vrijstelling van acht cent. Opeens voel ik me een stuk minder onwennig. ‘Been there, done that’: die laatste centen bijeenschrapen op café om toch nog maar wat langer in the crowd te kunnen blijven hangen…

Ik vraag aan de vriendelijke barman wie mij hier doorheen mijn vragen kan loodsen over het kotleven in Ekkergem. De barman wijst mij de wijsheid van Jeroen aan – een jongeman die wat verderop lustig zit te kaarten met een koe-nest vrienden.

Ik neem mijn wit wijntje mee, nog gekleed in kantoortenue, en schuif bij Jeroen aan tafel. ‘Of ik hem even mag interviewen?’, vraag ik. ‘Natuurlijk!’, glimlacht Jeroen. Michiel en Tijs leggen daarbij hun troefkaarten mee opzij en waken zorgzaam mee over de antwoorden van hun makker.

Jeroen, Tijs en Michiel zijn allen bio-ingenieurs en zitten hier al enkele jaren op kot. De één in de Spiegelhofstraat, de twee anderen in de Dierickxstraat. Het zijn ondernemende mannen. Ze houden ervan activiteiten te hersenspinnen om studenten met elkaar te verbinden. Zoals binnenkort: de Iron Man van Ekkergem. Hoe cool is dat! (letterlijk ook ‘cool’ – de idee om één dezer dagen in het kille water van de Coupure te springen doet mij spontaan mijn trui weer dichtknopen).

Ik vraag hen of zij zich goed voelen in deze buurt. ‘Zeer zeker’, is hun antwoord. Ook al is er toch een onzichtbare scheidingslijn voelbaar tussen student en bewoner. Het zijn twee leefwerelden die elkaar niet meteen lijken te kruisen. Nochtans heerst er hier wel een soort dorpsgevoel. Ekkergem City. En dat zit hem in de kleinste dingen. Zoals de ontmoetingsplaatsjes op straat (de bankjes op ‘den driehoek’ worden ook hier weer vernoemd) en de binnentuin van de faculteit. De kleine verborgen steegjes. Geert, de olijke Paktistaan. De bakker bij Tartine. Een ‘La Chouffe op’t vat’ in de Spinnekop. En die mysterieuze plekjes zoals ‘dat huis in de Pijlstraat waarbij het raam altijd open staat – winter en zomer – en waaruit er àltijd luide jazzmuziek vloeit. Zalig is dat. Ik vraag hen of zij dan ook al hebben gehoord over Jazz’Ekk. ‘Neen!’, antwoorden ze verwonderd. Misschien moeten ze dan toch maar eens verbindend gaan aanbellen daar in die Pijlstraat…

‘Zijn er nog dingen die beter kunnen in deze wijk?’, vraag ik. ‘Extra fietsstallingen’, vindt Tijs. ‘Er is ook nog altijd meer ruimte voor bijkomende leuke activiteiten’, halen de mannen aan. Ook al leeft er al heel wat in deze buurt. En wist men trouwens dat Jeroen en co bezig zijn met het ontwerpen van een aller-eigenste Ekkergem T-shirt!? Hou voor mij maar alvast een size medium opzij…

Om af te sluiten keren we nog eens terug naar dat wijkgevoel. Want ja, de meesten zouden hier eigenlijk wel willen blijven wonen. De drempel van student naar bewoner kan immers toch niet echt zo groot meer zijn. Tijs en Michiel hebben zelfs al een eigen tuin achteraan hun kothuis. Mèt kippen! Ooit zijn ze er begonnen met zes kuikens, vertellen ze me, maar de hanen werden ondertussen opgepeuzeld. Want dat studenten in het ochtendgloren soms te luid praten op straat, dat is één ding. Maar dat er daarbij ook nog hanen beginnen te kraaien, dát is een ander. Enkel nog hennen nu, dus. EkkerHENNEN (op kot).

bio (14 van 14) crop

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: