Cipier Luc

We zijn verwend in de gevangenis. De bewoners doen hier alles, van koken tot kuisen.

Luc woont op amper vijf minuten fietsen van Ekkergem, net over de ‘grens’. Maar hij komt hier wel elke dag, om met veel enthousiasme zijn job uit te oefenen: cipier in de Nieuwewandeling.

Raconteur: ‘Mogen we vragen wat jouw band is met de wijk Ekkergem?’

Luc: ‘Ik werk al bijna 15 jaar in de gevangenis. Ik ken de wijk dus zeer goed.’

Raconteur: ‘Je werkt als cipier?’

Luc: ‘Ik ben niet alleen cipier, ik kom ook veel buiten. Ik verzorg namelijk ook het transport van de gedetineerden. Ik combineer dus twee dingen. Als er geen rechtszaken zijn, dan help ik overal wat mee. Dat kan aan de receptie zijn, maar ook in de keuken. Ik heb een zeer polyvalente job, eigenlijk een droomjob. Ja, echt waar, ik kan me niets beters voorstellen. Je moet een beetje ‘chance’ hebben in het leven. Ik ben eigenlijk beenhouwer van beroep, maar op een gegeven moment heb ik toch een andere keuze gemaakt. Ik had geen eigen slagerij, en ik kreeg de kans om hier te beginnen. Ik ben sowieso een sociaal persoon. Ik werk graag met mensen.’

Raconteur: ‘Werk je in shifts?’

Luc: ‘Neen, ik werk hier meestal in dagdienst. Maar de kriebels om te koken zijn ook gebleven. Sinds vorig jaar heb ik mijn eigen traiteurzaak, ‘Barbecue aan Huis’, in bijberoep weliswaar. Dus ik combineer én een goeie job én mijn passie voor eten.’

Raconteur: ‘En woon je zelf in Gent?’

Luc: ‘Ja, ik woon in de Brugsesteenweg, dus nog net in de Brugse Poort. Dat is maar vijf minuten fietsen van Ekkergem. Ook daarin heb ik geluk. Veel mensen zijn een paar uur onderweg naar hun werk, dat is heel wat minder.’

Raconteur: ‘En om te lunchen, ga je dan even naar buiten? Of haal je een broodje hier bij de lokale bakker, zoals de collega’s van de politie doen?’

Luc: ‘Eigenlijk niet, want we hebben hier alles. Bijna niemand gaat ‘buiten’ iets kopen. We hebben een eigen refter, en de bewoners maken broodjes, pannenkoeken, soep… we zijn hier verwend. De gedetineerden runnen eigenlijk alles, van kuisen tot koken. Hier vind je een doorsnede van de maatschappij, dus we hebben hier ook veel beroepen in huis, ook een slotenmaker. Neen, da’s een grapje (lacht). Maar als we een huis zouden willen bouwen, daat zou zeker lukken. Iedereen die binnenzit en wil werken, kan zich kandidaat stellen voor een job. Eens je de job hebt, moet je er wel zorg voor dragen.’

Raconteur: ‘Dus wie het verprutst, krijgt geen tweede kans?’

Luc: ‘Nee, inderdaad, dat wordt moeilijk. Een gedetineerde die kan of wil werken, heeft het voordeel dat hij in een ander ritme zit. Zij zijn buiten hun cel van 7 uur ‘s morgens tot ongeveer 20 uur ‘s avonds. De tijd gaat sneller, ze leren iets bij, en daarnaast kunnen ze nog taal- of muzieklessen volgen. Er zijn hier heel veel activiteiten, tot naaien en knutselen toe. De meesten krijgen ook nog regelmatig bezoek tussendoor.’

‘Deze inrichting heeft echt zeer veel aandacht voor de integratie na de straftijd. Er is een goede begeleiding en bewoners worden voorbereid op het moment dat ze vrijkomen. Tien of vijftien jaar geleden was dat wel anders. Toen was er bijna geen begeleiding. Het was van: buiten en trek je plan! Maar nu zit de VDAB hier zelf, om mensen te helpen met de zoektocht naar een job.’

Raconteur: ‘Dat zal niet altijd even gemakkelijk zijn?’

Luc: ‘Voor knelpuntenberoepen gaat het vaak verbazend vlot. De VDAB stelt de mensen voor aan de bedrijven, en bijvoorbeeld een lasser kan redelijk gemakkelijk aan de slag.’

Raconteur: ‘Worden hier dan opleidingen gegeven om pakweg lasser te worden?’

Luc: ‘Neen,  hier niet, maar die kan je bijvoorbeeld wel volgen in Hoogstraten. Dat is eerder een open instelling, en je kan altijd een overplaatsing aanvragen, om daar een opleiding te volgen en een diploma te behalen. Bewoners moeten aan de VDAB ook hun stappenplan uitleggen: wat gaan ze doen als ze ‘buitenkomen’, hoe gaan ze het aanpakken… net zoals je in het echte leven moet doen.’

Raconteur: ‘Komt iedereen in aanmerking voor zo’n opleiding, ook de zwaardere gevallen?’

Luc: ‘Wat je gedaan hebt, heeft daar eigenlijk niets mee te maken. Als de dag van je invrijheidsstelling nadert, krijg je kansen zoals iedereen en moet je je daarop voorbereiden. Wat veel mensen niet weten, is dat hier ook een zevental mensen ‘op halve vrijheid’ zitten. Zij gaan overdag werken en komen ’s avonds terug naar de gevangenis. In het weekend mogen ze wel niet op stap (lacht). Maar ook hier moeten ze weten mee om te gaan. Wie een dag niet op zijn werk verschijnt, mag dat gunstig regime ook vergeten. Dat gebeurt af en toe eens. Ze gaan eens goed op café en dan…’

gevang

Raconteur: ‘Boeiend om eens meer over deze wereld te horen!’

Luc: ‘Voor mij is dat allemaal zo vanzelfsprekend. Maar ik moet toegeven, toen ik hier de eerste keer binnenkwam, ‘van buiten’, was ik ook behoorlijk onder de indruk. De controle, de sas-systemen, de fouilles, je bent nooit alleen… Maar je wordt dat natuurlijk gewoon. Wat ook een groot verschil is met vroeger: toen kende niemand de gevangenis of het leven in de gevangenis, nu komt er wel eens iets in de media. Ook het personeel is veel diverser dan vroeger. Ooit was de gevangenis bijna een familiebedrijf. Alle werknemers waren verwant aan elkaar. Er waren ook geen echte examens. Ja, een opstelletje schrijven. Nu is dat toch anders, veel strenger. En vooral moet je goede sociale vaardigheden hebben. Je moet echt met mensen kunnen omgaan. En wat je ook moet kunnen is ’loslaten’. Daarmee bedoel ik: niet oordelen over wat mensen hebben gedaan. Ik weet van bijna niemand waarom hij precies binnenzit. Vroeger was ik daar nieuwsgierig naar, maar nu niet meer. Dat heeft geen belang, je moet vooral menselijk blijven.’

Raconteur: ‘Maak je soms ‘speciale’ dingen mee?’

Luc: ‘Ik beschouw dit zeker als een job waarbij je goede dingen doet. Ik herinner me haarscherp de dag waarop ik een gedetineerde naar Antwerpen bracht om een laatste groet aan zijn stervende moeder te brengen. In het ziekenhuis heb ik even zijn  boeien losgemaakt, zodat hij zijn moeder een laatste knuffel kon geven. Dat was een risico, maar ik heb het toch gedaan. Ik heb achteraf heel veel bedankingen gekregen. Zo’n zaken zijn de mooiste ervaringen.’

Raconteur: ‘Heb je met sommige gedetineerden een zekere band?’

Luc: ‘Neen, en je mag ook geen band hebben. Enerzijds staat dat in onze gedragscode, maar tegelijk zou dat op den duur niet houdbaar zijn. Je zou hier niet meer kunnen functioneren. Als je iets extra zou doen voor de ene, dan zou je het ook voor de andere moeten doen. En op een vleugel zitten er zo’n vijftig bewoners. Neen, ik hou die zaken echt gescheiden. In de gevangenis kan je geen vrienden maken. Je moet helpen waar het kan, geven waar ze recht op hebben en vooral een luisterend oor bieden. Er zitten ook heel wat buitenlanders die nooit bezoek krijgen. Dan betekent een babbel wel degelijk iets.’

Raconteur: ‘Ik hoor je vaak van bewoners spreken, in plaats van gedetineerden.’

Luc: ‘Ja, ik noem ze liever zo, dat vind ik respectvoller. Ze wonen hier even, en hopelijk pikken ze daarna de draad van hun leven weer op.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: