Johan

Ik woon op een studio in de Nieuwewandeling. Alleen zit de klink vanbuiten.

Wie woont er zoal in de wijk, en hoe gróót woont iedereen dan precies? Dat vroegen we ons af. Van een appartement aan de Watersportbaan tot een herenhuis aan de Coupure, van een rijhuisje in Ekkergem tot… de 9 vierkante meter kleine cel van Johan in de Nieuwewandeling.

Johan: ‘Ik zit hier nu wel binnen, maar ik woon al 48 jaar in de buurt, in de Brugse Poort. Ik ken de wijk heel goed.  Ik ben er zelfs geboren, in de Oude Bijloke, toen nog een moederhuis. Ik heb de restanten van de oude fabriek, La Lys, hier nog geweten. Ja, hier rechttegenover (lacht). En Alsberghe-Van Oost en UCO heb ik ook nog als fabriek weten draaien. In Ekkergem had je het militair hospitaal aan de kerk. Ik ben ooit eens een jaar op de boerenbuiten gaan wonen, maar ik ben rap teruggekeerd. Dat was daar te stil. Ge keert altijd were waar dat ge geplant zijt geweest. Ik woonde in de Brugse Poort. Daar is mijn vrouw gestorven aan kanker. Dat heeft er nogal ingehakt. Je mag zijn wie je wil, maar dat laat zijn sporen na. Ik heb nu wel een nieuwe vriendin – haar man is ook gestorven aan dezelfde ziekte. Dat gemeenschappelijk verleden verbindt ons wel.’

Raconteur: ‘Mag ik eens naar buiten kijken? Ik zie dat je op de Nieuwewandeling uitkijkt. Dat is waarschijnlijk het beste zicht dat je hier kunt hebben?’

Johan: ‘Ja, dat is zeker een pluspunt, een beetje groen, wat voorbijgangers, wat beweging… je mag echt niet onderschatten wat dat betekent voor een gedetineerde. Als je in het andere blok zit, kijk je op een blinde muur.’

Raconteur: ‘En mag ik vragen hoe je dat weet?’

Johan (lacht): ‘Tja, omdat ik al een paar keer verhuisd ben van cel, enne… het is ook niet de eerste keer is dat ik hier binnen zit.  Ik heb een straf van 5 jaar gekregen, waarvan 3 jaar effectief. Ik zit nu al anderhalf jaar.’

Raconteur: ‘Zeg, als ik hier zo rondkijk, dan zie ik dat je eigenlijk een klein huishouden hebt: een frigo, een microgolf, een tv…. Kan je hier ook  koken?’

Johan: ‘Er is hier indertijd nog een hapjespan geweest, maar gezien den elektriek wat verouderd is, springen de plongs regelmatig”.

Raconteur: ‘Mogen de bezoekers dan iets meebrengen om op te warmen in de microgolf of hoe gaat dat?’

Johan: ‘Nee, je moet dat bestellen in de kantine, of in de bezoekerskantine.’

Raconteur: ‘Op hoeveel vierkante meter leef je hier?’

Johan:  ‘Dat zal ongeveer 9 vierkante meter zijn. Ja, het is als een kleine studio, maar de klink zit vanbuiten.’

Raconteur: ‘Als je nu wat geld zou hebben om je leefruimte op te frissen, wat zou je dan veranderen?’

Johan: ‘Een keer goed verven! Het is hier een ‘duivenpiere’. Zo noemen ze dat in Gent, een komen en gaan, dus wat frisse muren zou een hele verbetering zijn.’

Raconteur: ‘Als je weer buiten bent en bij je vriendin gaat wonen, wat zal je dan het meest appreciëren?’

Johan: ‘Dat je je eigen leven kunt leiden, kunt gaan en staan waar je wilt. Hier word je geleefd.’

klink (1 van 1)

Raconteur: ‘En heb je zicht op werk als je hier buiten komt?’

Johan: ‘Dat zal onmogelijk zijn. Ik heb lang in de bouw gewerkt: trekken, sleuren, smijten en kloppen. En in de loodgieterij: fonten chauffages heffen, de schoonmaak… het een al zwaarder dan het ander. Mijn rug is kapot, en moet elke dag medicijnen nemen, pijnstillers.’

Raconteur: ‘Kan je zeggen dat dit nu de allerlaatste keer is dat je hier zal binnen zitten?’

Johan: ‘Dat kan je nooit, er kan altijd iets gebeuren. Je kunt hier op allerlei manieren binnenkomen. Een ongeval met de auto en het kan zo ver zijn.”

Raconteur: ‘Als je nu naar de kapper wil gaan, of naar de tandarts, hoe doe je dat dan?’

Johan: ‘Een rapportbriefje invullen. De kapper is toevallig mijn hulpfatik.’

Raconteur: ‘Je wat? Hulpfatik? Wat is dat?’

Johan: ‘Elk verdiep heeft een eerste fatik en een hulpfatik. Ik ben eerste fatik. Ik help bijvoorbeeld  het eten rondbrengen of de gang kuisen. De hulpfatik helpt mij op zijn beurt met mijn taken, zoals boter, koffie en confituur bedelen. Als er nog iets extra moet gehaald worden, aardappelen of extra groenten, dan doet hij dat en kan ik dat hier au bain-marie opwarmen. Eigenlijk worden alle taken binnen de gevangenis gedaan door de gedetineerden zelf, ook poetsen.’

Raconteur: ‘Ik zie dat je deur openstaat. Blijft dat de hele dag zo?’

Johan: ‘Ja, als fatik heb ik wat meer voordelen. De chef doet mijn deur om 6 uur ’s morgens open en dan begin ik aan mijn taken. Als de wandelingen beginnen, moet ik weer in mijn cel, en ook tussen 13 en 16 uur zijn de deuren gesloten. Voor de avondtaken gaan ze weer open. Rond 20 uur gaan ze dicht voor de nacht.’

Raconteur: ‘Niet iedereen kan zomaar fatik worden wellicht?’

Johan: ‘Het is een kwestie van sociaal zijn, en van vertrouwen. Soms kom je in de bureaus of zie je een voorraad medicijnen liggen. Dan moeten de chefs vertrouwen hebben in jou. Dat bouw je beetje bij beetje op, dat komt niet van de eerste dag.’

Raconteur: ‘Heel fijn dat je ons wou ontvangen. We wensen je nog het allerbeste.’

 

 

Fatik (=diender)

Gedetineerde met een ondersteunende functie (betaalde arbeid) voor het gevangenispersoneel. Mogelijke taken van fatiks: helpen bij etensbedeling, onderhoud van de gangen en gemeenschappelijke lokalen, binnendragen van leveringen, organisatie van sportactiviteiten…

 Rapportbriefje

Voorgedrukt formulier, basiscommunicatiemiddel van de gedetineerden naar alle diensten. Gedetineerden vragen via een rapportbriefje een gesprek met JWW, de inschrijving voor een les, een afspraak bij de kapper… aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: